De Kolibrie door de ogen van Rita


Rita en ik kruisen elkaar op onze wandel naar de Kolibrie, zonder elkaar te kennen. We voelen precies dat we elkaar moeten hebben: “Zijt gij Rita?”, “Zijt gij Inge?” en jawel: we hebben elkaar gevonden! Een lachbui is onze eerste kennismaking en dat zet onmiddellijk de toon voor wat een uitzonderlijk geanimeerd en leuk gesprek gaat worden. We babbelen een hele voormiddag, over the good, the bad and the ugly van Rita’s leven, lichaam en liefdes, en ik waan me met momenten gewoon op café met een vriendin. Ik ben ongeveer even oud als Rita’s jongste dochter, maar het leeftijdsverschil belemmert de gezelligheid en openhartigheid van het gesprek hoegenaamd niet. Wat een fijne, spontane vrouw, bedenk ik me vaak tijdens en ook nog ná ons gesprek, en laat de Kolibrie nu net een cruciale rol spelen in Rita’s vinnige en speelse eigenheid. Dit is het verhaal van hoe Rita terug Rita werd. 

“Als ge röntgenfoto’s van mijn nek en rug zou zien hoho, da’s een kunstwerk op zijn eigen, met al die kabels en uitstekende elektroden, da’s prachtig om te zien”. Amai. Rita’s osteopenie evolueerde naar osteoporose, en wordt ook vergezeld door artrose. Rita’s nek en schouders zijn er dus, om het even bruut te zeggen, volledig aan.  Geknelde zenuwbanen, een actieve hernia die ze blijkbaar had maar weinig voelde (“ik heb dan ook wel een hele hoge pijngrens”), titanium-kootjes die symptomatisch ruggewervels ontlasten maar eigenlijk de druk verder verplaatsen naar de volgende wervels in de rij … Vijf schouderoperaties waren nodig voor lichte verbetering te brengen in de situatie van haar gewrichten en zenuwen daar, maar haar voet breken in het ziekenhuis zelf en vervolgens toch wat op krukken moeten steunen tijdens haar schouder-revalidatie hielp natuurlijk niet: ze scheurde een nog revaliderende schouderpees. Boven al deze dingen is er ook nog eens het carpale-tunnelsyndroom in haar polsen, wat wederom geknelde zenuwen en pijn inhoudt. Bon, waanzin. Ze heeft een neurostimulator in haar nek, die op de hoogste stand zo veel mogelijk van haar pijnprikkels afleidt. “De batterij daarvan laadt zichzelf op haha, ik moet dan zo’n laad-toestelleke tegen mijn bil houden als ik in de zetel zit”, want in haar bil hebben ze de batterij geplaatst. Hilariteit alom natuurlijk tijdens dit deel van ons gesprek. “Ik heb gezegd tegen mijn kinderen van ey, zegt tegen de begrafenisondernemer later dat ge al die dingen terug wilt als ‘em mij opensnijdt eh, da’s geld waard! Aahja, de batterij, koper, titanium … Hehe. Dat moet eruit dan eh, anders ontplof ik nog”. Zo morbide en luguber als dit misschien klinkt, dit gesprek is hilarisch. Zelfrelativering en gevatte humor zijn duidelijk een paar van Rita’s eigenschappen. Rita werkte als een liefdevolle onthaalmoeder, maar: “Ik mag niet meer werken, ik zou echt gewoon een gevaar voor mijn eigen én de kinderen zijn. Werken zou alles erger maken, en ook de medische kosten gewoon nog duurder maken”. 

Laat het gezegd zijn dat ge weinig tot niks van de bovenstaande miserie aan Rita ziet. Als ge goed kijkt, en het ook weet, ziet ge een vervaagd litteken in haar nek, waar de neurostimulator geplaatst is, that’s it. Ook ziet ge een heel klein litteken waar haar schildklier verwijderd is (jawel, die werkte ook niet meer zoals het moest). Even geleden werd, bovenop alle dingen die er al waren, ook nog fibromyalgie bij Rita vastgesteld. Naast de pijn en lichamelijke kwalen waarvoor de enige overgebleven optie een pijnpomp zou zijn, is er dus ook nog eens godverlaten vermoeidheid. Fibromyalgie kunt ge niet zien. Zoveel mensen van de Kolibrie worden elke dag geconfronteerd met de onzichtbaarheid van hun ziektes, en voor Rita is het niet anders. “Ge wordt dan weggezet als iemand die profiteert hé. Ze kunnen niks aan u zien, dus wordt het ja, gij krijgt geld zonder er iets voor te doen. Ik had artrose in mijn knieën, voeten, enkels, maar ge wordt met de vinger gewezen … Ik schaamde mij, ik sloot mij op”. Die schaamte en die weggedokenheid lijken mij echt onkarakteristiek voor de vrouw die tegenover mij zit. Zoals ze zelf zegt, is Rita “niet op haar bakkes gevallen”. Hoe komt dat dan? Dat brengt ons bij het tweede, en werkelijk duistere luik van Rita’s verhaal. Over haar lijf en haar operatie-stunten kan Rita smakelijk vertellen, en we lachten er zelfs samen om. Dit is iets anders. Rita is sinds een jaar of 2 in de Kolibrie, en sindsdien is ze een enthousiast en warm lid van het Singers koor. Ze had eigenlijk al veel vroeger willen komen, maar ze kon niet, om dezelfde reden waarom ze zich thuis ook beschaamd opsloot en isoleerde: Rita werd thuis klein gehouden. Haar hele, volwassen leven lang is Rita klein gehouden geweest door een partner die haar gelijke had moeten zijn.  

Een liefdeloos huwelijk zuigt u leeg. We praten veel over Rita’s lichamelijk leed, maar evenzeer over haar emotionele wonden. De Kolibrie is een plaats voor chronisch zieken en hun naasten, Rita heeft hier veel kunnen praten over haar lichamelijk afzien en haar gezondheidsfrustraties, maar ze is hier ook geconfronteerd geweest met haar chronische stress en de schim van zichzelf die ze geworden was. Na een lang, liefdeloos, leegzuigend, apathisch en eenzaam huwelijk, nam Rita haar spreekwoordelijke biezen en vertrok. “Het was een vechtscheiding, een paar jaar terug. Toen heb ik gevoeld wat echte stress was. Tot overgeven toe, dat slaat zo hard op uw lijf”. Rita werd niet gesteund in haar ziekten. Nooit hoorde ze een “sorry”, nooit een “amuseer u”, nooit kwam er een schouderknijpje van “hey, hoe gaat het met u?”. Nooit mocht ze wenen, want “wenen helpt toch niet, ge moet harder worden”. Nooit was er een “dankjewel”, nooit een “alsjeblieft”. Dat doet nog altijd pijn. 33 jaar was ze ongezien, ongehoord en ongesteund.  Uiteindelijk gaat ge geloven dat dat is hoe ge verdient behandeld te worden: dat is het resultaat van terror en verwaarlozing. Emotionele littekens op een spookachtige echo van wie ge ooit waart. “Ik wou al langer naar het koor komen, maar mijn ex had de auto nodig en ja, daar was geen tussenkomen aan”. Toen de scheiding nog aan de gang was, passeerde Rita met haar zus naast de Kolibrie. “Mijn zus heeft mij toen echt bijna naar binnen geduwd haha, ze zei ge wilt hier al zolang naartoe, vooruit!”. Met een heel klein hartje, in een schuchtere en ineengedoken ziel, kwam Rita toen binnen voor een intake gesprek, en vond ze, eindelijk, haar weg naar het koor waar ze al zolang naar toe wilde. “Ik heb hier leren huilen. Ik heb 33 jaar niet gehuild. Ik kan het nog altijd niet gemakkelijk, maar ik heb het geleerd.” 

“Iemand van de koorgroep pleegde een telefoontje naar mij om te vragen hoe het ging, ze hadden precies gemerkt dat het niet zo goed met mij was. Toen heb ik werkelijk, eindelijk eens kunnen zeggen van awel het gaat me niet, en de rivier is overstroomd. Ik heb zó gejankt. Ik kon eindelijk mijn verhaal eens doen, ik mocht eindelijk eens zeggen dat het mij niet ging. Ik heb dat langer dan 30 jaar niet gemogen, en iemand luisterde naar mij.”  Eindelijk mocht Rita voelen. Eindelijk mocht Rita huilen, eindelijk was ze veilig. Langzaam, maar absoluut zeker, werd Rita weer Rita. “Dit is echt mijn eerste stap geweest in terug naar buiten durven komen in het leven. Ik kwam nergens meer, ik was afgesloten. Ik kwam hier binnen als niet mezelf, maar nu kan ik dat echt terug zijn”. Het heilzame en ongelofelijk deugddoende effect van een veilige en warme sociale context kan niet beter geïllustreerd worden dan door Rita’s verhaal. Zij ontdekte hier terug haar eigenheid, ze herwon haar persoonlijkheid, hier vond ze de kracht en de moed om haar emoties eindelijk binnen te laten, en hier nam ze terug haar eerste stappen in de buitenwereld. Ze moet niet langer een afgevlakte, op-tenen-lopende, stille schimversie van zichzelf zijn. Ze is vrij, ze gaat weer reizen, ze zingt, zoals ze altijd zo graag met haar papa gezongen heeft; ze heeft hier leren huilen, ze heeft hier oprecht warme vriendschappen gesloten, ze heeft hier haar eigenwaarde teruggevonden.  

“Ik was laatst zo verdrietig en down door mijn artrose situatie en mijn pijn .. Ik wou niet anders dan gewoon een week huilen en in bed liggen. Hier hebben ze mij verteld van meiske, het mag hé. Ge moogt. Ge moogt huilen, en dat doet deugd. En achteraf echt waar, het deed deugd. Dan komt dat los, ik mag hier voelen. Ik heb hier beseft van wow, er zijn toch mensen die echt wel om mij geven. Ik heb hier ware vriendschappen opgebouwd, en een tijdje terug het schoonste compliment ooit van Georges gekregen. Hij zei “moh hier, onze kwezel. Ge zijt hier als zo’n klein kwezelke binnengekomen, en ge moet u nu eens bezig horen en bezig zien!” en echt waar dat is fantastisch, da’s het beste compliment dat ik kan krijgen. Ik ben hier zo veranderd, maar eigenlijk ben ik gewoon terug mijzelf geworden”. Rita is grappig, vinnig, snel, ad-rem, spontaan, energiek, bruisend: ik kan zelf ook zo’n intens mens zijn als zij, vandaar waarschijnlijk dat we elkaar onmiddellijk verstonden. Ik snap haar energie en haar snel gepraat en haar gelach en haar handgebaren, dit is wie zij is, en godmiljaar wat ben ik blij voor haar dat ze hier terecht is gekomen. “Ik amuseer me hier zo fel. Hilda, van ‘t koor, en ik, we noemen elkaar partner in crime, da’s zalig. Ik stond vroeger bekend als de flapuit, snapt ge, en ja, dat was ik helemaal kwijt. Volledig, weg, nul. Hier is dat teruggekomen, echt waar, da’s geweldig”. In de Kolibrie kunt ge uw eigen zijn, en voor wat Rita heeft meegemaakt in haar leven, was dat het ultieme medicijn. Tegen het einde van ons gesprek fangirlen we nog even op elkaars korte haar en stijl; zij op mijn korte coupe en hoedje, ik op haar blond-grijze haar en een outfit die zij ooit aanhad (kostuum, das, bretellen! Zo cool!). We vieren en bezingen de kracht en de liefde van uzelf te mogen zijn.  

In de Kolibrie wordt er wekelijks gezongen, maar elke dag opnieuw is dit inloophuis en haar bezoekers een ware lofzang op de helende kracht van “uw eigen te mogen zijn”. Het is geen vanzelfsprekendheid, dat illustreert Rita’s verhaal maar al te goed. Een veilige en warme sociale kring, waar uw persoon geaccepteerd, gezien en gehoord wordt … Waar ge kortweg gewoon geliefd wordt: dát verricht wonderen. Ik kijk al uit naar de volgende keer dat ik Rita mag zien en van haar grappen en haar persoon mag genieten, en ik hoop met mijn ganse hart dat ze nog erg lang in de Kolibrie mag komen zingen. Deze plek heelt.

Hieronder vind je een QR code terug, die je naar een ingesproken podcast vertelling van Rita's getuigenis leidt.



Meest recente posts

Schrijf u hier in & ontvang als eerste ons laatste nieuws per mail

In de kijker

Ontdek Meer

In de kijker

Ontdek Meer

Positieve gezondheid

Ontdek Meer

contact

Hoe kunnen we u helpen?

Kunnen we iets voor je betekenen? Aarzel niet en neem contact met ons op.

CONTACTEER ONS